Evidence Based Practice; inleiding

Introductie

Op intensive care- en medium care- afdelingen en in mindere mate de gewone verpleegafdelingen liggen veel patiënten met een tracheacanule. In het algemeen is het de bedoeling dat de patiënt op termijn kan worden gedecanuleerd, doch een enkele patiënt zal met een canule naar een verpleeghuis of naar huis worden overgeplaatst. Kennis over canules en canulezorg inclusief de gevolgen voor spreken en slikken, is daarom niet alleen van belang voor IC-verpleegkundigen, maar ook voor andere verpleegkundigen die in aanraking komen met patiënten met een tracheostoma.

Indicaties

Tracheotomie is een vast onderdeel geworden van het luchtwegmanagement op ntensivecareafdelingen.(1) De voornaamste indicatie voor een tracheotomie is tegenwoordig langdurige ontwenning van mechanische beademing.(2) Dit kan zijn op basis van ernstige spierzwakte, post-multiorgaanfalen, glasgowcomascore lager dan acht en/of een sterk verminderde slik- en hoestfunctie, sterk verminderde longfunctie vóór opname of noodzaak tot reïntubatie op basis van sputumretentie. Een andere belangrijke indicatie voor een tracheotomie ? meestal buiten intensive care ? is een bovenste luchtwegobstructie. 

Voor- en nadelen van tracheotomie

Continue reading
  132 Hits

Tips & Trucs bij maagretentie, breng zelf een duodenumsonde in

Introductie

Op intensive care- en medium care- afdelingen en in mindere mate de gewone verpleegafdelingen liggen veel patiënten met een tracheacanule. In het algemeen is het de bedoeling dat de patiënt op termijn kan worden gedecanuleerd, doch een enkele patiënt zal met een canule naar een verpleeghuis of naar huis worden overgeplaatst. Kennis over canules en canulezorg inclusief de gevolgen voor spreken en slikken, is daarom niet alleen van belang voor IC-verpleegkundigen, maar ook voor andere verpleegkundigen die in aanraking komen met patiënten met een tracheostoma.

Indicaties

Tracheotomie is een vast onderdeel geworden van het luchtwegmanagement op ntensivecareafdelingen.(1) De voornaamste indicatie voor een tracheotomie is tegenwoordig langdurige ontwenning van mechanische beademing.(2) Dit kan zijn op basis van ernstige spierzwakte, post-multiorgaanfalen, glasgowcomascore lager dan acht en/of een sterk verminderde slik- en hoestfunctie, sterk verminderde longfunctie vóór opname of noodzaak tot reïntubatie op basis van sputumretentie. Een andere belangrijke indicatie voor een tracheotomie ? meestal buiten intensive care ? is een bovenste luchtwegobstructie. 

Voor- en nadelen van tracheotomie

Continue reading
  54 Hits

Alledaagse lastige problemen op de IC

Introductie

Op intensive care- en medium care- afdelingen en in mindere mate de gewone verpleegafdelingen liggen veel patiënten met een tracheacanule. In het algemeen is het de bedoeling dat de patiënt op termijn kan worden gedecanuleerd, doch een enkele patiënt zal met een canule naar een verpleeghuis of naar huis worden overgeplaatst. Kennis over canules en canulezorg inclusief de gevolgen voor spreken en slikken, is daarom niet alleen van belang voor IC-verpleegkundigen, maar ook voor andere verpleegkundigen die in aanraking komen met patiënten met een tracheostoma.

Indicaties

Tracheotomie is een vast onderdeel geworden van het luchtwegmanagement op ntensivecareafdelingen.(1) De voornaamste indicatie voor een tracheotomie is tegenwoordig langdurige ontwenning van mechanische beademing.(2) Dit kan zijn op basis van ernstige spierzwakte, post-multiorgaanfalen, glasgowcomascore lager dan acht en/of een sterk verminderde slik- en hoestfunctie, sterk verminderde longfunctie vóór opname of noodzaak tot reïntubatie op basis van sputumretentie. Een andere belangrijke indicatie voor een tracheotomie ? meestal buiten intensive care ? is een bovenste luchtwegobstructie. 

Voor- en nadelen van tracheotomie

Continue reading
  52 Hits

Beademing obese patiënt

Introductie

Op intensive care- en medium care- afdelingen en in mindere mate de gewone verpleegafdelingen liggen veel patiënten met een tracheacanule. In het algemeen is het de bedoeling dat de patiënt op termijn kan worden gedecanuleerd, doch een enkele patiënt zal met een canule naar een verpleeghuis of naar huis worden overgeplaatst. Kennis over canules en canulezorg inclusief de gevolgen voor spreken en slikken, is daarom niet alleen van belang voor IC-verpleegkundigen, maar ook voor andere verpleegkundigen die in aanraking komen met patiënten met een tracheostoma.

Indicaties

Tracheotomie is een vast onderdeel geworden van het luchtwegmanagement op ntensivecareafdelingen.(1) De voornaamste indicatie voor een tracheotomie is tegenwoordig langdurige ontwenning van mechanische beademing.(2) Dit kan zijn op basis van ernstige spierzwakte, post-multiorgaanfalen, glasgowcomascore lager dan acht en/of een sterk verminderde slik- en hoestfunctie, sterk verminderde longfunctie vóór opname of noodzaak tot reïntubatie op basis van sputumretentie. Een andere belangrijke indicatie voor een tracheotomie ? meestal buiten intensive care ? is een bovenste luchtwegobstructie. 

Voor- en nadelen van tracheotomie

Continue reading
  64 Hits

Hoe interpreteer ik de SpO2

Introductie

Op intensive care- en medium care- afdelingen en in mindere mate de gewone verpleegafdelingen liggen veel patiënten met een tracheacanule. In het algemeen is het de bedoeling dat de patiënt op termijn kan worden gedecanuleerd, doch een enkele patiënt zal met een canule naar een verpleeghuis of naar huis worden overgeplaatst. Kennis over canules en canulezorg inclusief de gevolgen voor spreken en slikken, is daarom niet alleen van belang voor IC-verpleegkundigen, maar ook voor andere verpleegkundigen die in aanraking komen met patiënten met een tracheostoma.

Indicaties

Tracheotomie is een vast onderdeel geworden van het luchtwegmanagement op ntensivecareafdelingen.(1) De voornaamste indicatie voor een tracheotomie is tegenwoordig langdurige ontwenning van mechanische beademing.(2) Dit kan zijn op basis van ernstige spierzwakte, post-multiorgaanfalen, glasgowcomascore lager dan acht en/of een sterk verminderde slik- en hoestfunctie, sterk verminderde longfunctie vóór opname of noodzaak tot reïntubatie op basis van sputumretentie. Een andere belangrijke indicatie voor een tracheotomie ? meestal buiten intensive care ? is een bovenste luchtwegobstructie. 

Voor- en nadelen van tracheotomie

Continue reading
  113 Hits

Hemodynamiek

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  70 Hits

Gastro-intestinaal

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  58 Hits

Cardiologie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  75 Hits

Pediatrie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  57 Hits

Respiratie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  90 Hits

Allerlei

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  70 Hits

Medicatie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  76 Hits

Infecties

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  60 Hits

Techniek

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  78 Hits

Nefrologie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  72 Hits

SEH

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  74 Hits

Neurologie

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  59 Hits

Recovery

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  62 Hits

Metabool

Indicatie

Protocollair wordt er op de tweede en de vijfde dag na open hart chirurgie een x-thorax gemaakt. daarnaast wordt op indicatie een x-thorax gemaakt. Wanneer op indicatie een x-thorax aangevraagd wordt, is dit veelal bij klachten van dyspneu bij de patiënt. Als de negatieve druk in de thorax verstoord is, dus wanneer een pneumothorax of een aanzienlijke hoeveelheid effusie op de x-thorax te zien is, is er altijd een indicatie voor drainage. Het doel van deze drainage is evacuatie van het vocht of het bereiken van een normale druk intrathoracaal. de locatie van de drain is afhankelijk van het doel van de drainage. Wanneer een pneumothorax ontlast wordt, wordt de drain in de tweede intercostaalruimte, midclaviculair geplaatst. Bij pleurale effusie kan de drain op verschillende locaties geplaatst worden. als richtlijn op de afdeling cardiothoracale chirurgie wordt ongeveer twee vingers onder de scapulapunt gemeten. Punctie kan dan meer of minder lateraal gedaan worden. Een patiënt heeft zo minder klachten bij liggende houding wanneer de drain lateraal geplaatst wordt.

 

Anatomie

Voor het plaatsen van de drain, is het belangrijk globaal de anatomie voor ogen te hebben. dit geeft een beeld bij wat er mis kan gaan tijdens het plaatsen van een thoraxdrain. de thoraxwand wordt gevormd door oppervlakkige spieren en botten, caudaal is de thorax naar de buikholte toe begrensd door het diafragma. de botten, voornamelijk sternum, ribben en wervels, vormen een beschermende ?thoracale kooi? voor de belangrijke structuren in de thorax. De intercostaalruimten zijn verbonden door intercostaal spieren (musculus intercostalis internus en de musculus intercostalis externus). De buitenste tussenribspieren vergroten de thoracale capaciteit. de binnenste tussenribspieren verkleinen deze weer bij een ademhaling. Wanneer het diafragma wordt gestimuleerd, beweegt deze naar beneden (= inademing). Tegelijkertijd zorgen de buitenste tussenribspieren voor een vergroting van de thorax. hierdoor zal de intrapulmonale druk verkleinen, waardoor lucht de long in stroomt. Bij ontspannen van het diafragma en de buitenste tussenribspieren zal lucht weer buiten het lichaam worden verplaatst (= uitademing). De thorax is onder te verdelen in drie grote onderdelen, namelijk de beide longen en het mediastinum. Het mediastinum (de ruimte tussen de beide longen) bestaat uit het hart, de grote vaten, delen van de trachea en de slokdarm. de longen bestaan uit luchtwegen (de trachea en bronchi). Deze splitsen zich in kleiner en kleiner wordende takken, welke uiteindelijk eindigen in de aveoli. Hier vindt de uitwisseling van ademhalingsgassen plaats. De pleura is een vochtafscheidend membraan dat de afscheiding vormt tussen de longen de borstholte. De viscerale pleura bekleedt het oppervlak van de long (longvlies), de pariëtale pleura is een bindweefsel dat vast zit aan de binnenkant van de thoraxwand (borstvlies). De pleurale ruimte bevat een dunne laag pleuravocht wat als ?smeermiddel? wordt gebruikt bij ademhaling. Door een continue negatieve druk in de pleurale ruimte blijven de longen ontplooid en blijft de long tegen de thorax geplakt.

Continue reading
  68 Hits

Citraat CVVH, Veilig en simpel

Eigenschappen van citraat

Citraat (citroenzuur) is een normaal in het lichaam voorkomende stof. Het wordt gevormd uit de acetylgroep van acetyl co-enzym a (acetyl Coa; is een afbraakproduct van onder meer glucose) en oxaalazijnzuur (is het eindproduct van de citroenzuurcyclus). Citroenzuur is het begin van de citroenzuurcyclus. een van de eigenschappen van citraat is dat het vrije Calcium-ionen (Ca2+) en magnesium (mg2+) bindt. Deze eigenschap wordt gebruikt voor de regionale antistolling van de extracorporele circu- latie bij CVVH. Vóór het filter wordt citraat geïnfundeerd. Dit bindt het calcium in het bloed. in het filter ontstaat dan een zéér lage concentratie van het actieve vrije calcium. Calcium is nodig voor de activatie van di- verse stollingsfactoren. Door het wegvangen van het vrije calcium komt de stolling in het filter niet op gang. eenmaal terug in het lichaam wordt het citraat in de lever, de spieren en de nieren binnen zeer korte tijd gemetaboliseerd. Het door citraat gebonden calcium komt weer vrij wanneer het citraat wordt omgezet. De lage concentratie vrij calcium in het relatief kleine bloed volume van het extracorporele circuit heeft, eenmaal terug in het lichaam, uiteindelijk weinig effect op de calciumconcentratie in het relatief grote volume aan centraal veneus bloed. De stolling in het lichaam wordt dus niet beïnvloed. een voorwaarde is wel dat de lever goed moet functioneren en dat de spieren goed doorbloed dienen te zijn. Bij leverinsufficiëntie of zeer slechte perifere circulatie kan de omzetting van citraat afnemen en kan er acidose (citraat-toxiciteit) optreden. De acidose die dan ontstaat komt aan de ene kant door het citraat zelf, maar de belangrijkste oorzaak is waarschijnlijk het feit dat er bicarbonaatver- lies is door ultrafiltratie én er geen compensatie is daarvoor omdat het citraat niet wordt afgebroken tot bicarbonaat. Daarnaast zal bij een verhoogd citraat het vrije calcium in het bloed verlaagd zijn (gebonden door citraat).

Toepassing citraat bij CVVH (post-dilutie)

Op menig intensive Care afdeling wordt citraat CVVH in een post-dilutie setting toegepast. Vlak voordat het bloed door het filter stroomt, wordt hieraan citraat 13% (500 mmol/l) toegevoegd met een snelheid van bijvoorbeeld 70 ml/uur (= 35 mmol/uur), als de bloedflow 200 ml/min is (dit is meestal de stan- daardsituatie). De concentratie aan citraat die men in het filter dient te re- aliseren om voldoende ontstolling te realiseren, is ca. 4 mmol/l. indien er 70 ml citraat per uur wordt gegeven, dient er ook 70 cc extra onttrokken te worden om de nulbalans te behouden. na het filter wordt substitutie- vloeistof geïnfundeerd (post-dilutie = sH 44-Hep Deel i). afhankelijk van de hoeveelheid toegediende substitutievloeistof (en dus van de ultra- filtratie snelheid) zal er méér of minder citraat geklaard worden. Hoe meer substitutievloeistof wordt gegeven, hoe meer citraat er geklaard wordt. Deze verlaagde citraatspiegel leidt tot afname van de ontstollingseigenschappen in het filter én ook tot minder buffer bij de patiënt. Deze substitutievloeistof is overigens buffervrij, aangezien de citraat die voor het filter wordt toegediend, fungeert als buffer. let op: 1 deel citraat wordt in het lichaam omgezet in 3 delen bicarbonaat. gezien het hoge natriumgehalte van citraat is de natriumconcentratie in deze substitutie-vloeistof verlaagd. Zodra de citraat is gemetaboliseerd, komt ook het natrium vrij waardoor er fysiologische waarden (circa 140 mmol/l) in het lichaam worden bereikt. tevens zit in de substitutievloeistof calcium waardoor het verlies van calcium met het ultrafiltraat, gebonden aan citraat, teniet wordt gedaan. Over het algemeen is deze hoeveelheid calcium voldoende om geen hypocalcïemie te ontwikkelen. indien dit wel het geval is, kan extra calcium aan de patiënt worden toegediend. Veelal wordt de citraat middels een losse pomp toegediend. Hieraan kleven praktische bezwaren vanwege het gevaar dat de citraat doorloopt op het moment dat de bloedpomp van de machine stopt. Het kan ook anders.

 

Continue reading
  385 Hits