Column Venticare Magazine (augustus)

NG2019_G180199

Een bizar vak 

Met enige regelmaat schiet door me heen wat voor een bizar vak ik eigenlijk heb. Dat denk ik met name bij sommige casussen. Zoals bij Bram, die op de IC ligt te wachten op twee nieuwe longen wegens idiopathische pulmonale fibrose (IPF), aan de ECMO en allerlei andere apparatuur om hem stabiel te houden. Hij staat hoog op de lijst van Eurotransplant, en elke keer als ik voor hem zorg bekruipt me het gevoel dat de longen niet op tijd zullen zijn en hij voortijdig zal komen te overlijden. Om op de longtransplantatielijst te mogen staan, moet je onbeademd zijn. Dat is 'ie, en de ECMO ondersteunt zijn hart en longen maximaal. Desondanks is hij wel echt slecht, en zijn zuurstofsaturatie en veneuze saturatie dalen naar schrikbarende diepten als we hem alleen maar draaien tijdens de verzorging. Daarna kan hij pas weer losse woorden praten als de getallen weer wat op orde zijn, en dat duurt zeker een kwartier. Ten tijde dat Bram er ligt, ligt Gerard een paar deurtjes verder. Ze zijn beiden rond de 60 jaar. Gerard heeft een spondylodese ondergaan bij een al veel langer bestaande dwarslaesie. Een leuke, spontane vent, wonende in een focuswoning. In de nacht, en soms ook overdag, krijgt hij beademing middels VIVO, en dat is onder andere ook de reden dat hij wat langer op de IC vertoeft. Tot die middag na de lunch, als Gerard ineens niet meer aanspreekbaar is. Hij wordt met spoed naar de CT-scan gereden, en tot ons aller schrik is er een enorme bloeding te zien, zo groot dat hij in no time lichtstijve pupillen heeft en inklemt. Er is niks meer voor hem te doen. Dat raakt dan toch als je een band hebt opgebouwd. Wat er vervolgens gebeurt, lijkt alleen in boeken te bestaan: de longen van Gerard blijken de perfecte match voor Bram. En Gerard staat geregistreerd als donor. Als hij officieel hersendood is verklaard en alles in gang is gezet voor transplantatie, worden beide naar de OK gereden. Dan gebeurt dus het onvoorstelbare: Bram komt terug met de longen van Gerard, en dat is serieus bizar als je voor beiden hebt gezorgd en beide families kent. Waarvan je hoopt dat ze elkaar niet per ongeluk op de gang spreken. De één zijn dood is de ander zijn leven. Ik vraag me af of longen van een dwarslaesiepatiënt, al jaren aan de VIVO beademing, wel zo goed zijn, maar de arts verzekert me dat het 'perfecte longen' zijn. Al doet Bram het bij terugkomst verre van perfect. De ECMO staat op maximale instellingen, hij bloedt, waarvoor er vele bloedproducten in hem verdwijnen, en op een gegeven moment is er een halve OK op zijn kamer gaande als er een canule van de ECMO gestold blijkt te zijn. Zo'n avond dat ik op sokken naar het laboratorium moet rennen
voor bloed, omdat ik met klompen aan niet hard genoeg kan. Ik vrees voor de gedoneerde longen van Gerard én het leven van Bram. Toch weet hij met al onze inspanningen uit dit diepe dal te klauteren, tot de situatie uiteindelijk stabiel is. Nog steeds wel met het nodige aan medicijnpompen en apparaten. Het lukt vooralsnog ook niet om de ECMO en/of de beademing af te bouwen. Waarop ik als grap opper of we hem niet een VIVO-kap op zijn neus moeten zetten, want dat zijn deze longen immers gewend? Het idee alleen al zorgt voor de nodige hilariteit. Uiteindelijk verlaat Bram de IC, veel spoediger dan de start deed vermoeden. Een bizar verhaal met een mooi einde. Voor Bram dan.

Linda de Roos is IC- en CCU-verpleegkundige en werkt als ZZP-er, waardoor ze meerdere werkplekken heeft. Daarnaast schrijft ze columns voor diverse tijdschriften en inmiddels heeft ze ook een roman op haar naam staan.
Nieuw protocol SEH-artsen voor herkenning orgaando...
Lectorale rede over IC zorg

Gerelateerde artikelen